Gilbert Bodart: pechvogel van beroep

Gilbert Bodart was in zijn tijd een van de beste keepers ter wereld. Hij woonde in een klein land, dus een rijke interlandcarrière leek zijn deel. Vrouwe Fortuna besloot anders. Doordat Bodart een generatiegenoot was van Pfaff en Preud’homme kwam hij nauwelijks aan spelen toe. Hij zat op de bank bij het voor België zo succesvolle WK van 1986 en speelde in een periode van 10 jaar slechts 12 interlands.

Dit is een ongeluk dat meer spelers gekend hebben. Met name keepers zijn hier slachtoffer van, omdat zij nergens anders in het elftal ingepast kunnen worden. Bij Bodart is er echter meer aan de hand. Zijn hele leven heeft hij structureel pech. Hij stond 15 jaar lang onder de lat bij Standard Luik. In zijn nadagen verdiende hij nog goed door dienstverbanden op het hoogste niveau in Italië en Frankrijk. Ieder ander zou steenrijk kunnen gaan rentenieren. Zo niet Gilbert Bodart. Door een gokverslaving hield hij nauwelijks iets over aan zijn rijke carrière.

Er zat niets anders op dan als trainer aan de slag te gaan. Om een extra zakcentje te verdienen, gokte Bodart af en toe op zijn eigen wedstrijden. Toen hij als trainer van Oostende met 5-0 van Standard Luik verloor, had niemand argwaan. Maar weer werd Bodart getroffen door het noodlot. Hij liet het gokbriefje in de kleedkamer uit zijn zak vallen. Een behulpzame speler raapte het op en betrapte zo zijn trainer. Niet alleen kon Bodart het briefje niet meer inwisselen voor het hem rechtmatig toekomende bedrag, hij werd ook nog eens ontslagen.

Zijn laatste geld investeerde hij in een drukpers die briefjes van 50 euro kan produceren. Natuurlijk, dat mag niet, maar de lezer zal het met me eens zijn dat Bodart na voornoemde pech ook wel eens recht had op een meevallertje. Het leek dan toch nog goed te komen. De drukpers werd in een loods van een kwarkimporteur geplaatst. Aan alles was gedacht, maar weer zat het Bodart niet mee: de drukpers bleek defect en niet te repareren.

De oud-keeper ging als pr-manager aan de slag bij De Grotten van Han. Hij zat inmiddels diep in de schulden en zag zich genoodzaakt een list te verzinnen. Na een druk weekend liet hij een raam openstaan waardoor een maat kon binnensluipen. Deze zou de pr-manager bedreigen en hem dwingen de kas af te staan. Het kon niet fout gaan, maar deze keer deed een menselijke fout Bodart de das om. Op de camerabeelden is te horen dat de overvaller de pr-manager met ‘Gilbert’ aanspreekt. De twee zijn er gloeiend bij. Het verweer dat er voornamelijk maaltijdbonnen waren buitgemaakt, kon niet verhinderen dat Bodart de gevangenis in moest.

De pech hield daar niet op. In de gevangenis viel Bodart 20 kilo af. Hij at nauwelijks meer, omdat het hem niet lukte in het openbaar te poepen, iets waartoe men genoodzaakt is in het Belgische gevangeniswezen.

Bodart heeft zijn leven opgetekend in “Toute la vérité, rien que la vérité”, de hele waarheid, niets dan de waarheid. Zoals zo vaak is de werkelijkheid onwaarschijnlijker dan de grootste fantast kan bedenken. Bescheiden als Bodart is, steekt hij de hand in eigen boezem. Hij heeft weliswaar veel pech gehad, maar zelf ook fouten gemaakt. Door het boek te schrijven wil hij jongeren waarschuwen niet dezelfde fouten te maken.

Het is nu wachten op een club die Bodart weer een kans wil geven. Tot die tijd houdt hij zich in de luwte. Na een periode als stukadoor gewerkt te hebben, verdient de voormalig topkeeper nu de kost als kelner. Het is niet het beroep van de gemiddelde oud-prof, maar Bodart is al blij als hij niet opnieuw wordt getroffen door het noodlot.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.