De geschiedenis van voetbalshowbizzjournalistiek (deel 1)

Vaak wordt opgemerkt dat FC Boulevard revolutionaire stukken schrijft. Dit is niet geheel onterecht, maar ik moet bekennen dat ik schrijf in een rijke traditie. De voetbalshowbizzjournalistiek bestaat al enkele decennia en ik voel mij verplicht om de massa te wijzen op de grote geesten aan wie ik schatplichtig ben.

De opkomst van de voetbalshowbizzjournalistiek gaat gelijk op met de opkomst van het totaalvoetbal. Dat is geen toeval. Wellicht is het ook beter niet te spreken van voetbalshowbizzjournalistiek, maar van totaaljournalistiek. Er is niet simpelweg sprake van een uitvinding, maar van een heel nieuwe manier om de wereld, en dus ook het voetbal, te beschouwen. Om dit goed te kunnen begrijpen, moeten we een paar stappen terug maken. Het ontstaan van het totaalvoetbal werpt enig licht op het ongrijpbare fenomeen van vernieuwingen in de geschiedenis en daarmee ook op het ontstaan van de voetbalshowbizzjournalistiek.

Rafael Weekend
Fragment van de cover van de Weekend, een voorbeeld van hedendaagse totaaljournalistiek

Het totaalvoetbal ontstond bij het Ajax van de jaren 70, waarna ook het Nederlands elftal er furore mee maakte. Maar eigenlijk moeten we nog veel verder terug. David Winner maakt in Brilliant Orange duidelijk dat het totaalvoetbal alleen in Nederland kon ontstaan door een aantal unieke eigenschappen van de Nederlander. De belangrijkste daarvan is zijn gevoel voor ruimte. Nederlanders hebben een ander begrip van ruimte dan de rest van de wereldbevolking, doordat zij in hun dichtbevolkte land altijd genoodzaakt zijn geweest om creatieve oplossingen te zoeken. Door land in te polderen is er ruimte gecreëerd. Eenieder die opgegroeid is met het geometrische patroon van sloten in het vlakke polderlandschap heeft een specifiek gevoel voor ruimte ontwikkeld. Dit gevoel was onontbeerlijk bij het ontwikkelen van het revolutionaire spelconcept waarin het begrip “ruimte” een centrale rol heeft.

Een tweede factor ligt in de tijdgeest, die ook elders in Europa rondwaarde, maar in Nederland en Amsterdam in het bijzonder, het sterkst aanwezig was. De babyboomers rekenden af met iedere vorm van autoriteit. De georganiseerde anarchie op het veld was een weerspiegeling van de maatschappij. Zonder de culturele revolutie van de jaren 60 had het totaalvoetbal nooit bestaan.

Tot slot moet ik melding maken van de zure opmerking die voetbaltactiekhistoricus Jonathan Wilson maakt in zijn klassieker Inverting the pyramid. Hij stelt dat de aanwezigheid van doping een voorwaarde was voor het spel dat Ajax indertijd speelde. Clubarts John Rolink heeft toegegeven dat er indertijd een en ander werd gebruikt. Volgens Wilson was dit noodzakelijk om negentig minuten lang de tegenstander over het hele veld onder druk te zetten. Cruijff zag dit overigens anders. Het totaalvoetbal, waarin spelers elkaars posities overnamen, was juist efficiënter: “Wanneer ik, als linksachter, zeventig meter over de vleugel ren, is het niet goed als ik meteen weer zeventig meter terug moet rennen naar mijn uitgangspositie. Dus als de linkermiddenvelder mijn plaats inneemt, en de linksbuiten de positie op het middenveld overneemt, worden de afstanden verkort.”

Bovenstaande factoren waren alleen nog maar de noodzakelijke omstandigheden waarbinnen het totaalvoetbal kon ontstaan. Vervolgens speelt toeval een grote rol. Een paar briljante geesten, van wie Cruijff en Michels de voornaamsten zijn, komen op een juist moment bij elkaar, waarna zij de acteurs zijn in een paar beslissende momenten waarop de geschiedenis zijn loopt neemt.

Bobby Haarms en Johan Cruijff
Bobby Haarms en Johan Cruijff

Achteraf kan toenmalig assistent-trainer Bobby Haarms de momenten goed reconstrueren. In Brilliant Orange vertelt hij dat de aanwezigheid van Johan Neeskens essentieel was. Meestal was het zijn taak om de spelmaker van de tegenstander uit te schakelen. Hij deed dat zo fel dat de spelmaker zich liet terugzakken. Neeskens bleef hem dan achtervolgen. Zijn teamgenoten moesten hier even aan wennen, maar toen ze zagen dat het werkte, zetten ook zij druk. Om de ruimtes te verkleinen en het loopwerk te verminderen ontstaat ergens in het seizoen 1970-1971 de buitenspelval. Haarms: “Zonder het te hebben ingestudeerd, begonnen ze op buitenspel te spelen. Vasovic deed een stap naar voren en ineens was het er. Het was een soort wonder. Michels zag het en zei: Ja! Zo moeten we het doen. Ik weet niet meer in welke wedstrijd het precies was, maar de ene minuut speelden we nog het oude systeem en de volgende minuut was de nieuwe manier er.”

Het exacte moment is in de geschiedschrijving dus helaas verloren gegaan. Wel meent Haarms dat het totaalvoetbal op een precies moment is ontstaan. Zo zien we de geschiedenis graag, als een reeks kantelmomenten, revoluties en grote veranderingen, in gang gezet door visionairs. De werkelijkheid ligt genuanceerder. Veranderingen gaan geleidelijk, processen verlopen organisch en achteraf kunnen we de veranderingen pas echt goed constateren. We bakenen graag tijdperken af, plaatsen mensen op een voetstuk en spreken van revoluties. De getuigen en zelfs de betrokkenen hadden op het moment vaak nauwelijks door dat er iets aan het gebeuren was. Sjaak Swart vond het bijvoorbeeld niet meer dan logisch dat hij een stapje terug deed als hij Suurbier naar voren zag denderen. Had je hem op dat moment verteld dat hij bezig was een innovatief spelconcept uit te voeren, had hij je voor gek verklaard.

Voor de showbizzvoetbaljournalistiek geldt hetzelfde. In werkelijkheid loopt er één lange, grillige, lijn van de eerste rotstekeningen naar de Instagram-account van Yolanthe. Met de kennis die we nu hebben, kunnen we echter, net als Haarms bij het totaalvoetbal deed, de beslissende momenten aanwijzen op die lijn.

Totaalvoetbal
Het totaalvoetbal volgens David Winner in de Europacupfinale van 1973

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.