De tragedies van Martin Laamers en Remco Kock

Het plan was om hier een lollig stukje te schrijven over Martin Laamers, maar na lezing van zijn biografie O-o-o-oranje laat ik dat achterwege. Stotteren is een verschrikkelijke handicap waar Martin Laamers en duizenden anderen zwaar onder lijden. Laamers heeft pas zeer recent zijn handicap geaccepteerd. Daarvoor leefde hij altijd in angst.

Nog altijd verwijt hij zichzelf dat hij niet durfde te spreken op de begrafenis van zijn vader. Sponsorbijeenkomsten waren een verschrikking en zelfs van restaurantbezoek, waarbij hij een bestelling moest plaatsen, kon hij een hele dag buikpijn hebben. Het spraakgebrek beheerste zijn leven. Gelukkig had hij talent voor voetbal. Binnen de lijnen kende hij geen twijfel of angst.

Toch heeft het stotteren hem belemmerd in zijn carrière. Toen Ajax interesse had in hem en Van den Brom, wilde Anette van Trigt het Vitesseduo namens Studio Sport interviewen. Laamers verzon een smoesje en Van den Brom verscheen alleen voor de camera. De aanvaller vertrok kort daarop naar Ajax en Laamers bleef bij Vitesse. Later was PSV nog concreter, maar doordat Laamers zich altijd zo veel mogelijk op de achtergrond hield ging ook deze transfer niet door.

Terwijl hij zag hoe al zijn oud ploeggenoten trainer werden of een andere functie voor Vitesse mochten vervullen, zat hij werkloos op de bank, hoewel er maar drie spelers zijn die meer wedstrijden voor Vitesse hebben gespeeld dan Laamers. Edward Sturing geeft in het boek toe dat de club hem vanwege zijn spraak geen functie kon aanbieden. Na een tijd van werkloosheid, gokverslaving en echtscheiding heeft Laamers inmiddels zijn leven op de rit. Hij verdient zijn geld als schoonmaker, maar belangrijker nog: hij heeft zijn handicap geaccepteerd.

Ronduit ontroerend zijn de scènes waarin Martin door de straten van zijn jeugd wandelt, mijmerend over de tijd die nietsonziend voorbijgaat. Enkele keren per jaar brengt hij een hele dag door in het ziekenhuis, dwalend door de gangen, koffie drinkend en denkend aan zijn ouders die daar overleden zijn.

Het boek O-o-o-oranje is niet alleen het verhaal van Laamers. Auteur Remco Kock vertelt ook openhartig over de totstandkoming van de biografie. Laamers wilde liever dat zijn biografie werd geschreven door Michel van Egmond, Marcel van Roosmalen of desnoods Hugo Borst. Omdat deze drie niet wilden of konden, ging Laamers in op het aanbod van de onbekende Kock.

Remco Kock probeert op zijn beurt de biografie uit te laten geven door VI en uitgenodigd te worden door De wereld draait door. Hij wijdt uitgebreide en openhartige beschrijvingen aan de mislukkingen van beide zaken, waarbij hij niet schroomt zijn eigen aandeel te benoemen.

Remco Kock

Er wordt verhaald hoe de twee een mooi slot van het boek zien in de afscheidswedstrijd van Rafaël van der Vaart, waar Martin mogelijk met de oud-internationals mag aantreden. Uiteindelijk slaagt ook dit idee niet. Martin mag niet meedoen, omdat hij met zijn twee interlands pas mag aantreden als er te weinig andere oud-internationals mee willen doen.

Laamers zorgt uiteindelijk zelf voor een mooie uitsmijter, die ik hier niet zal verraden, maar het boek lijkt niet gered te willen worden. De biograaf en zijn onderwerp zijn intussen gezamenlijk weggezakt in een moeras van mislukking. Laamers heeft zijn leven weliswaar op de rit gekregen, maar Kock laat zijn lezers achter in een sombere stemming.

Althans, ik blijf in somberheid achter, maar dat komt wellicht doordat ik mij zo goed kan verplaatsen in het verhaal van Kock. Er wordt grof geld verdiend in de Champions League van de voetbalbiografieën, maar voor de kleine jongens rest niets anders dan de kruimels. De voetbalshowbizzjournalistiek staat helemaal onderaan in de pikorde, maar zelfs Kock, die met het verhaal van Laamers goud in handen had, blijft met lege handen achter.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.