De wereldreis van de Deense piccolo (deel 9)

Dallas, 1 maart 1968

Het is zover. De competitie start. Hoewel er maar 1.168 betalende bezoekers zijn in het Turnpike-honkbalstadion zijn de verwachtingen hooggespannen.

Na voltooiing van de wereldreis zetten de spelers voor het eerst voet op Amerikaanse bodem. Veel tijd om te acclimatiseren was er niet, want Lamar Hunt regelde kort voor het begin van de competitie nog een commerciële trip naar Zuid-Amerika, het enige continent dat nog geen kennis had kunnen maken met de Dallas Tornado.

De Houston Stars vormen vandaag de tegenstander. Hun gemiddelde leeftijd ligt bijna vijf jaar hoger dan die van de Tornado. Ze hebben slechts enkele malen samengespeeld. Hun dromen zijn minder groot dan die van hun tegenstander, maar hun ervaring en geslepenheid groter. Het zijn meest Joegoslaven en Hongaren. Ze zijn afgekomen op het geld en, vooruit, het avontuur, dat echter niets vergeleken is met dat van de Tornado.

Dallas verliest van Houston met 6-0. De Braziliaan Luiz Juracy, 29 jaar oud, scoort drie keer. Het blijkt de opmaat voor een rampzalig seizoen. Dallas Tornado weet slechts 2 van de 32 wedstrijden te winnen.

Het voetbal sloeg niet aan in het Amerika van 1968. Lamar Hunt gaf echter niet op. Met een aantal anderen stelde hij een plan op. Om Amerika alsnog warm te maken was er een drietal zaken nodig. Er moest een franchise (een club) in New York komen, Pelé moest als grootste ster ter wereld worden aangetrokken en de Verenigde Staten moesten het WK organiseren.

Alle drie de doelen werden gehaald. Hunt was in 1994 betrokken bij de organisatie van het WK in de VS en was namens de organisatie gastheer in Dallas. Toch is het tot op de dag van vandaag nog niet gelukt om het voetbal echt van de grond te krijgen.

Positief als de Amerikanen zijn, blijven ze geloven in een doorbraak. Cruijff concludeerde, na een paar jaar in Amerika, ook dat het voetbal van onderaf opgebouwd moest worden. Als geen ander was hij betrokken bij projecten om de jeugd de beginselen van het voetbal bij te brengen, maar de clubeigenaren bleven volharden in het aantrekken van sterren op hun retour.

Mike Renshaw in 1968

Zo werd de vrees van Kap bewaarheid: Amerika was een Riviera voor gepensioneerde voetbalsterren geworden. Dat het aantrekken van gearriveerde spelers op korte termijn succes oplevert, bewezen de Dallas Tornado cynisch genoeg zelf toen de club zelf kampioen werd in 1971.

Hunt had het roer omgegooid. Bob Kap werd al tijdens de competitie in 1968 ontslagen en na het seizoen werd de gehele selectie, met uitzondering van Mike Renshaw, vervangen. Zo werd onder meer Luiz Juracy aangetrokken, de Braziliaan die bij de openingswedstrijd van de Tornado in 1968 nog een hattrick scoorde namens Houston.

De competitie bestond inmiddels uit acht teams, onderverdeeld in een Northern en een Southern division. Tegen de teams in de eigen division werd vier keer gespeeld en de teams uit de andere division twee keer. Daarnaast speelde elk team nog vier wedstrijden tegen buitenlandse clubs, die in hun zomerstop naar Amerika kwamen: Hearts uit Edinburgh, Lanerossi uit Vicenza, Apollon uit Athene en Bangu uit Rio. Hierdoor speelde elk team 24 wedstrijden.

Dallas mocht als nummer twee uit de Southern Division in de play-offs om het kampioenschap spelen. Het eerste duel werd na 176(!) minuten verloren van de Rochester Lancers, – er werd doorgespeeld tot de golden goal viel – maar de Tornado won de twee volgende duels, waardoor het de finale mocht spelen tegen de Atlanta Chiefs.

In het beslissende derde finaleduel maakte Mike Renshaw, de laatst overgebleven wereldreiziger, het openingsdoelpunt. Dallas won het duel met 2-0 en werd daarmee kampioen van Amerika.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.