Kroniek van een aangekondigde signeersessie

Vrijdag 29 april 2016. Jari Litmanen signeert zijn autobiografie in boekhandel Scheltema in Amsterdam. Mijn vriend Marco Paperazzi en ik hebben ons braaf aangemeld en om kwart voor drie afgesproken bij Scheltema. Naïef als we zijn, dachten we dat een kwartier voor het begin van de signeersessie genoeg zou zijn om binnen twee uur de handtekening te bemachtigen.

We sluiten aan in de rij die dan al tot de hoek van het Rokin reikt. Een half uur later zijn we vijf meter opgeschoven. Mensen die naar buiten komen tonen trots hun gesigneerde boek. Jari, sympathiek als hij is, neemt de tijd, vertellen ze. Hij maakt praatjes, gaat met iedereen op de foto en schrijft iedere gewenste tekst op alles wat er voor hem wordt gehouden.

Nog een half uur later zijn we weer vijf meter verder. We kunnen nu de ingang van Scheltema zien. De rij is een attractie op zich geworden. Toeristen vragen voor wie we in de rij staan. We proberen onszelf te ontwaren op foto’s die op internet verschijnen. Medewerkers van Scheltema komen langs met bitterballen, het hoogtepunt van de middag. Een vrolijke verslaggever loopt langs de rij en vraagt wie er Jari heet. Een man een paar rijen voor me wijst op het kind dat hij op zijn arm draagt. Het heeft een oorbel in en draagt een Ajax-shirt met de naam Jari achterop.

Rij Scheltema16.00 uur. Over drie kwartier moet Litmanen weg. Hij moet een vliegtuig halen, zo wordt doorverteld in de rij. De kleine Jari voor me is in slaap gevallen op de arm van zijn vader. Een beveiliger van Scheltema komt ons vertellen dat we het niet meer gaan halen. Slechts weinigen verlaten de rij. Nu we bijna anderhalf uur in de rij hebben gestaan, geven we niet op. Er staan nog honderden mensen achter ons die evenmin vertrekken. Dat geeft hoop.

De rij gaat nu een stuk vlotter. Mensen die blij naar buiten komen vertellen dat het proces gestroomlijnd is. Voor je aan de beurt komt, moet je de gewenste naam op een Post-it schrijven. Jari krijgt het opengeslagen boek met de Post-it erin en werkt in een moordend tempo de boeken af.

We staan binnen. Nog vier trappen omhoog en we zijn bij Jari. Door de omroepinstallatie klinkt dat de “de heer Litmanen” om 16.45 exact weg moet en dat het hem spijt dat hij niet iedereen een handtekening kan geven. We stappen in rap tempo omhoog. Het kan niet meer fout gaan. Litmanen schrijft nu geen namen meer in boeken. Twee medewerkers van Scheltema zijn er nodig om de boeken open te vouwen in het tempo waarin Jari signeert. Zijn enkel mag van glas zijn, met zijn rechterarm is niets mis.

Marco en ik staan bovenaan de trap als een ingehuurde portier van Aardige Portiers B.V. in beeld verschijnt. Vlak voor ons plaatst hij twee paaltjes met een lintje ertussen. We komen niet meer aan de beurt. Twee meisjes staan er nog voor ons. Deze meisjes, het lintje en de man van Aardige Portiers B.V. scheiden ons van Jari.

De meisjes vragen de portier of hij ons niet beneden al tegen had kunnen houden. Dan was het minder pijnlijk geweest. De portier antwoordt – het moet gezegd: aardig – dat het op deze manier makkelijker is voor hem. De meisjes weten hun boeken nog te overhandigen aan mensen aan de andere kant van het lint. Later krijgen zij deze gesigneerd terug. Door deze geslepen actie maken zij Marco en mij officieel de grootste schlemielen van de dag. Er staan honderden mensen achter ons, maar niemand heeft er langer in de rij gestaan dan wij zonder een handtekening te krijgen.

Het Parool meldt later dat zo’n honderd mensen geen handtekening konden bemachtigen. Mijn eigen schatting gaat richting de 500, maar dit brengt nauwelijks troost. Ook de bewering die de medewerker van Scheltema doet dat dit de pret niet mocht drukken, omdat de meesten met het boek alleen al heel blij waren, is onjuist. Marco en ik ruilen, beslist niet als enigen, onze exemplaren. In de rij heb ik al passages gelezen en besloten dat het zonder handtekening geen twintig euro waard is. Hoewel Scheltema een topdag moet hebben gehad, is de medewerkster van de klantenservice in lichte paniek. Haar contante geld dreigt op te raken.

ElfstedenMarco en ik gaan ieder ons weegs. We spreken de intentie uit om een volgende keer om kwart voor drie af te spreken en dan, zonder verlies van tijd, direct de kroeg in te duiken.

Het gevoel beklijft van de Elfstedenrijder die, na een dag vol ontberingen, een paar seconden te laat de Bonkevaart op komt schaatsen. Hij wordt tegengehouden door een hardvochtige Friese vrijwilliger. Tegen beter weten in smeekt hij om de limiet 20 seconden te verlengen, maar hij begrijpt dat er ergens een grens moet worden getrokken. Iemand moet de eerste afvaller zijn. Deze keer waren Marco en ik aan de beurt. Het leven is hard.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.